Biobased plastic wordt gemaakt van hernieuwbare bronnen zoals plantenresten of suikers, in plaats van aardolie. Toch is minder dan 1% van het plastic verpakkingsmateriaal in Nederland biobased, tegenover 49% dat wordt gerecycled. Van een moeizame overstap kunnen we spreken, al rijst de vraag: kunnen de bijmengverplichting en andere overheidsprogramma's de transitie versnellen?
Wat is biobased plastic, en waarom hoort het bij de grondstoffentransitie?
De grondstoffentransitie draait om het verantwoord omgaan met natuurlijke hulpbronnen. Het doel is om grondstoffen langer in gebruik te houden, hun waarde te behouden en onnodig verlies te voorkomen. Dit vraagt om een verschuiving van een liniair model, waarin grondstoffen na eenmalig gebruik vaak verloren gaan, naar een circulair model, waarin materialen steeds opnieuw worden benut.
Binnen deze grondstoffentransitie speelt de overstap van fossiel naar biobased plastic een belangrijke rol. Biobased plastics worden gemaakt van hernieuwbare bronnen, zoals plantenresten of suikers, in plaats van fossiele grondstoffen zoals aardolie. Zo draagt het bij aan het verminderen van CO2-uitstoot en helpt het de afhankelijkheid van niet-hernieuwbare grondstoffen te verkleinen.
Waarom is de overstap naar biobased zo ingewikkeld?
Bij circulair denken is het belangrijk om de volledige levenscyclus mee te nemen. Hier ligt direct de complexiteit. Zo kan het gebeuren dat je een grondstoffenprobleem circulair hebt opgelost, maar dat een aantal schakels verderop in de keten, of vanuit een ander perspectief, een nieuw probleem ontstaat. Bekende voorbeelden zijn plastic rietjes en koffiebekers: die worden massaal vervangen door papieren varianten, maar die zijn vaak voorzien van een plastic coating. Die verteert dus evenmin in het milieu, en aan het reduceren van zwerfafval is niets gedaan. Zo vervang je het ene probleem met het andere.
Naast deze kettingcomplexiteit speelt er ook een economisch probleem. Het grootste deel van het plastic in Nederland wordt nog steeds nieuw geproduceerd op basis van fossiele grondstoffen. In 2023 werd 49% van de plastic verpakkingen gerecycled, terwijl minder dan 1% biobased is. Dat komt vooral door de kosten. Volgens het Joint Research Centre van de Europese Commissie kost biobased en gerecycled plastic 1,5 tot 2 keer meer om te produceren dan fossiel plastic. Daar zitten meerdere oorzaken achter: fossiele productieroutes zijn al decennia geoptimaliseerd, terwijl bioplastic-technologie nog in een vroege fase zit. Er is bovendien te weinig aanbod van geschikte, duurzame reststromen als grondstof. En bedrijven die wel investeren, concurreren met virgin plastic uit landen zonder vergelijkbare regelgeving, dat daardoor goedkoper op de markt blijft.
Nederland heeft als doel gesteld dat in 2030 40% van het plastic gerecycled is en 15% biobased. Onderzoek van CE Delft plaatst kanttekeningen bij die ambitie: een gecombineerd doel van 30% is realistischer, tenzij natuurlijke bronnen niet alleen voor biobrandstoffen worden ingezet maar ook voor biobased materialen. Voor het gerecyclede deel bestaat inmiddels beleid: de bijmengverplichting.
De bijmengverplichting: bedoeld als duwtje, maar met haken en ogen
De bijmengverplichting voor plastic is een wettelijke maatregel die plasticverwerkers en importeurs verplicht om een minimaal percentage niet-fossiele grondstoffen te gebruiken in hun producten. Vanaf 1 januari 2027 moeten bedrijven verplicht starten met het bijmengen van minimaal 15% gerecycled plastic (recyclaat) of biobased plastic. Dit percentage loopt geleidelijk op tot 25% à 30% in 2030.
De overheid heeft deze verplichting ingevoerd om de transitie naar een circulaire economie te versnellen, om twee redenen: Ten eerste om de CO2-uitstoot te verlagen: traditioneel plastic wordt gemaakt van aardolie, wat bij productie en verbranding broeikasgassen uitstoot. Door over te stappen op hergebruikt of biobased materiaal daalt de CO2-voetafdruk van de plasticsector. Ten tweede om de vicieuze cirkel van de markt te doorbreken: gerecycled en biobased plastic zijn vaak duurder dan nieuw (virgin) plastic uit goedkope aardolie, waardoor fabrikanten zelden vrijwillig voor duurzame opties kozen.
Echter is de praktijk weerbarstiger dan de wet doet vermoeden. Nederland voert de bijmengverplichting in 2027 in, drie jaar eerder dan de EU-brede versie die pas in 2030 volgt en nog geen vastgestelde percentages kent. Nederlandse verwerkers concurreren daardoor met goedkoper, fossiel geproduceerd plastic uit het buitenland. Dat heeft al gevolgen gehad. Sinds 2024 zijn minstens 11 Nederlandse plasticrecyclers failliet gegaan.
Op de hoogte blijven
Volg ons op LinkedIn. Hier delen we het laatste nieuws over regelgeving, circulaire thema's en ontwikkelingen uit de branche. Abonneer je daarnaast op de nieuwsbrief en beluister onze podcast Grondstof tot nadenken tijdens een wandeling of onderweg. Benieuwd wat Milgro voor jouw bedrijfsvoering en afvalproces kan betekenen? Neem dan contact op.





