Een familielid van een van onze collega’s vertelde enthousiast over haar reis naar Indonesië. Wat haar het meest was bijgebleven, waren de prachtige natuur en de vriendelijke bevolking. Ook de hoeveelheid afval kwam in haar verhaal voorbij: smeulende vuurtjes waarin mensen hun afval verbrandden en plastic flesjes in de bermen langs de weg. “Waarom doen wij hier dan eigenlijk zo ons best om afval gescheiden in te zamelen, als het daar ook niet gebeurt?”, werd erop gereageerd. Het zette onze collega aan het denken, want zo simpel blijkt het niet te zijn. Sterker nog: juist omdat het elders lastiger is, is het belangrijk dat wij het hier wél goed doen.
Het korte antwoord: in landen als Indonesië ligt afval op straat omdat er op veel plekken geen inzameling, verwerking of budget voor is. In Nederland en België is dat systeem er wel. Bovendien kwam een deel van het afval in Zuidoost- Azië jarenlang uit Europa. Vanaf 21 november 2026 mag de EU geen plastic afval meer exporteren naar landen buiten de OESO.
We nemen Indonesië als voorbeeld, maar hetzelfde geldt voor veel andere landen, bijvoorbeeld in Zuidoost-Azië.
Waarom verbranden mensen in Indonesië hun afval?
Mensen in Indonesië verbranden hun afval omdat het niet opgehaald wordt. Stel je voor: je rijdt met de scooter een rondje over Lombok, een van de minder toeristische eilanden van Indonesië. Langs de weg staan palmbomen en zitten aapjes, en je komt langs de huizen van de lokale bevolking. Die huizen zijn vaak eenvoudig en niet altijd even goed bereikbaar. Een PMD- of GFT-bak vind je hier niet, en een afvalwagen die wekelijks langskomt evenmin. Het overheidsbudget is beperkt en er is te weinig infrastructuur om het afval overal op te halen. In sommige buurten betalen bewoners maandelijks een bijdrage aan een lokaal buurtcomité om hun vuilnis te laten ophalen. Voor gezinnen die dit geld niet hebben, is verbranden een gratis alternatief.
Daarbij speelt mee dat het afval zelf is veranderd. Vroeger bestond het in Indonesië vooral uit organisch materiaal, zoals bladeren en voedselresten. Door de economische groei wordt er steeds meer plastic gebruikt, maar de gewoonte om afval te verbranden is gebleven.
Omdat er geen inzameling en verwerking op is ingericht, stapelt het afval zich op straat op en trekt het ongedierte aan. Veel bewoners zien verbranden daarom als de meest hygiënische optie die ze hebben.
Waarom ligt er zoveel plastic in de berm?
Er ligt zoveel plastic in de berm doordat drie dingen samenkomen: een tekortschietende afvalinfrastructuur, snelle economische groei en gewoonten die nog niet zijn meegegroeid. Je rijdt verder en ziet de bermen vol liggen met plastic drink- en voedselverpakkingen.
Op veel plekken wordt afval niet opgehaald en zijn er geen openbare vuilnisbakken. Mensen zien dan
geen andere optie dan hun afval op straat te gooien. Volgens de Wereldbank wordt op het Indonesische platteland naar schatting 85% van het plastic afval niet formeel ingezameld. In de steden heeft 40% van de inwoners geen toegang tot afvalinzameling. Van de 7,8 miljoen ton plastic afval die Indonesië jaarlijks produceert, wordt 4,9 miljoen ton niet goed beheerd.
Tegelijk is de economie de afgelopen decennia hard gegroeid, en daarmee de consumptie van verpakt voedsel en plastic producten. Er is steeds meer aandacht voor het probleem, maar op veel scholen en in veel gemeenschappen ontbreekt nog structurele voorlichting over afvalscheiding en de impact van plastic. Daardoor ziet een deel van de bevolking plastic op straat nog niet als een groot probleem.
Ook als afval wél wordt ingezameld, is het niet altijd goed geregeld. Officiële stortplaatsen, zoals Bantar Gebang bij Jakarta, zijn zwaar overbelast en functioneren vaak als open dumpplaatsen. Door gebrekkig beheer, harde wind en overstromingen in het regenseizoen waait of spoelt een groot deel van het afval weer terug de omgeving in. Via rivieren komt het uiteindelijk in zee terecht: van al het plastic dat vanaf land in zee belandt, wordt 83% via rivieren aangevoerd.
Wat doet Indonesië zelf tegen plastic afval?
Indonesië werkt stap voor stap aan een beter afvalsysteem. In 2018 stelde de overheid het ambitieuze doel om de hoeveelheid plastic in zee in 2025 met 70% terug te dringen. Er zijn sindsdien stappen gezet, zoals lokale verboden op wegwerpplastic op Bali en in Jakarta. Door de schaal van het probleem en vertragingen tijdens de coronapandemie bleek het doel voor 2025 in de praktijk te optimistisch.
De overheid richt zich nu op een volgend tussendoel. Tegen het einde van 2029 moeten producenten hun plastic verpakkingsafval met 30% hebben verminderd, en wil Indonesië wegwerpplastic zoals rietjes, plastic tassen en piepschuim voedselverpakkingen uitfaseren.
Kwam het afval in Zuidoost- Azië ook uit Europa?
Ja. Ook Nederland en België hebben jarenlang plastic afval geëxporteerd naar Aziatische landen zoals Indonesië, Maleisië en Vietnam, waar verwerking goedkoper was dan in West- Europa. Officieel ging het om recycling, maar in die landen ontbrak vaak de juiste infrastructuur. Daardoor werd een groot deel van het westerse plastic illegaal gedumpt of in de openlucht verbrand.
Nadat China in 2018 zijn grenzen sloot voor buitenlands plastic afval, raakte Zuidoost-Azië overspoeld. Indonesië reageerde met strengere inspecties. In 2019 controleerde de douane ruim 2.000 containers en stuurde het land er honderden terug naar onder meer Nederland, België, Duitsland, Australië en de Verenigde Staten. Toch exporteerde de EU in 2025 nog zo’n 1,5 miljoen ton plastic afval, waarvan ongeveer de helft naar landen buiten de OESO ging.
Daar komt nu een einde aan. Vanaf 21 november 2026 geldt een Europees verbod op de export van plastic afval naar niet-OESO-landen, waaronder Indonesië, Vietnam en Maleisië. Dat verbod geldt in elk geval tot mei 2029.
Waarom is afval scheiden in Nederland en België dan wél zinvol?
Afval scheiden is in Nederland en België zinvol omdat het systeem er al is. Wekelijks komt de vuilniswagen langs om een specifieke afvalstroom op te halen. Bedrijven hebben containers voor verschillende afvalstromen, en er staat een netwerk van sorteerders, recyclers en verwerkers klaar om die stromen weer om te zetten in grondstoffen. Wie de middelen heeft, heeft ook de verantwoordelijkheid om ze te gebruiken. Dit heeft te maken met de kracht van het goede voorbeeld. Als iedereen wacht tot een ander de eerste stap zet, gebeurt er niets. Dit terwijl de gevolgen van grondstoffenschaarste bij 78% van de bedrijven al voelbaar is.
Daarnaast is het belangrijk om deze kennis te delen. Nederland helpt Indonesië al op verschillende manieren om afval te verminderen. De Nederlandse stichting The Ocean Cleanup zet in Indonesische rivieren zogeheten Interceptors in: energieneutrale vaartuigen die plastic uit het water vissen voordat het de zee bereikt. Het programma Plastic in Circles richt zich op slimme afvalsorteercentra, een circulaire plasticfabriek en herbruikbare verpakkingen.
Niet ondanks, maar juist omdat
De vraag waarom wij zo ons best doen als het elders niet gebeurt, is begrijpelijk. Het antwoord is eenvoudig: in Nederland en België staan de inzameling, de kennis en de verwerkers klaar. Elders wordt daar nog hard aan gebouwd. Dat maakt ons scheidingswerk niet zinloos, maar juist belangrijker richting de realisatie van een wereld vrij van afval.
Wat kun je als organisatie doen?
Als organisatie begin je met inzicht in je afvalstromen. Welke stromen heb je, hoeveel zijn het en waar ontstaan ze? Daarna maak je scheiden aan de bron zo makkelijk mogelijk, met de juiste bakken op de juiste plek. Zo zorg je ervoor dat het afval dat vrijkomt bij jouw bedrijfslocatie niet onnodig bij het restafval belandt. Dit zorgt niet alleen voor meer hergebruik, maar ook lagere afvalkosten.
Veelgestelde vragen over dit onderwerp
Op veel plekken in Indonesië is er geen afvalinzameling, geen budget en te weinig verwerkingscapaciteit. Volgens de Wereldbank wordt 85 procent van het plastic afval op het platteland niet formeel ingezameld.
Ja. Gescheiden afval kan in Nederland en België worden gerecycled tot nieuwe grondstoffen, terwijl vermengd restafval meestal wordt verbrand. Bovendien mag Europees plastic afval vanaf november 2026 niet meer naar landen buiten de OESO worden geëxporteerd, dus moeten we het zelf goed verwerken.
Vanaf 21 november 2026 geldt een EU-verbod op de export van plastic afval naar landen buiten de OESO, zoals Indonesië, Vietnam en Maleisië. Dit verbod geldt in elk geval tot mei 2029.
Lees ook
Een blik op afval vanuit Sri Lanka
Lees ook
Een blik op afval vanuit Japan
Op de hoogte blijven
Volg ons op LinkedIn. Hier delen we het laatste nieuws over regelgeving, circulaire thema's en ontwikkelingen uit de branche. Abonneer je daarnaast op de nieuwsbrief en beluister onze podcast Grondstof tot nadenken tijdens een wandeling of onderweg. Benieuwd wat Milgro voor jouw bedrijfsvoering en afvalproces kan betekenen? Neem dan contact op.






