Er was een tijd dat COP-toppen draaiden om beloftes. Parijs 2015 was zo’n moment: een historisch akkoord, een gezamenlijke stip op de horizon en het gevoel dat we met mondiale afspraken het klimaatprobleem konden beteugelen. Tien jaar later, december 2025, is die horizon er nog steeds, maar de weg ernaartoe blijkt hobbeliger dan gedacht. Emissies dalen te langzaam, grondstoffen worden schaarser en geopolitieke afhankelijkheden scherper.
Circulariteit als randvoorwaarde voor de grondstoffentransitie
Dat circulariteit op COP30 expliciet werd geagendeerd, laat zien dat het besef groeit: zonder fundamentele veranderingen in hoe we grondstoffen winnen, gebruiken en hergebruiken, zijn klimaatdoelen onhaalbaar. De grondstoffentransitie is daarmee geen bijzaak meer, maar een randvoorwaarde voor zowel klimaatbeleid als economische stabiliteit.
Voor bedrijven betekent dit een duidelijke verschuiving. Circulariteit verschuift van een duurzaamheidsambitie naar een strategisch instrument om risico’s in grondstoffenvoorziening te beperken en toekomstbestendig te opereren.
Wat er wél besproken werd over circulariteit en grondstoffentransitie
Dat circulariteit tijdens COP30 een eigen plek kreeg, was geen toeval. De relatie tussen klimaatverandering en grondstoffengebruik wordt steeds duidelijker: meer dan de helft van de wereldwijde broeikasgasuitstoot is direct of indirect verbonden aan de winning, verwerking en het gebruik van materialen. De grondstoffentransitie werd tijdens COP30 dan ook steeds vaker genoemd als noodzakelijke hefboom om klimaatdoelen haalbaar te houden.
Een belangrijk inhoudelijk ankerpunt was de introductie van het Global Circularity Protocol, aangekondigd door de
World Business Council for Sustainable Development (WBCSD) en het
One Planet Network van UNEP. Met dit protocol wordt voor het eerst geprobeerd om de versnippering in circulaire meetmethoden te doorbreken.
Het protocol is ontwikkeld door meer dan 150 experts uit ruim 80 organisaties en biedt bedrijven een wereldwijd, wetenschappelijk onderbouwd raamwerk om hun rol in de grondstoffentransitie concreet te maken. Niet door te focussen op één indicator, maar door materiaalstromen in samenhang te bekijken met klimaatimpact, natuur en bedrijfswaarde. De stapsgewijze aanpak van het afbakenen van waardeketens en materiaalstromen tot het analyseren van hotspots en het sturen op impact,maakt circulariteit bestuurbaar in plaats van abstract.
Belangrijk is dat het Global Circularity Protocol expliciet aansluit op bestaande standaarden zoals ISO-normen en het GHG Protocol. Daarmee wordt circulariteit niet gepositioneerd als ‘nog een extra rapportage-eis’, maar als een logisch onderdeel van bestaande duurzaamheids- en bedrijfsrapportages. Voor bedrijven betekent dit dat de grondstoffentransitie beter kan worden geïntegreerd in strategische besluitvorming, investeringskeuzes en risicomanagement.
Tijdens COP30 werd daarnaast breder erkend dat circulaire strategieën een directe bijdrage leveren aan klimaatmitigatie én adaptatie. Door minder primaire grondstoffen te gebruiken, neemt niet alleen de CO₂-uitstoot af, maar ook de druk op ecosystemen en de afhankelijkheid van kwetsbare internationale toeleveringsketens. Circulariteit werd daarmee voorzichtig gepositioneerd als antwoord op meerdere mondiale uitdagingen tegelijk: klimaat, biodiversiteit en geopolitieke stabiliteit.
Tegelijkertijd bleef de nadruk liggen op vrijwillige instrumenten en samenwerkingsinitiatieven. Er werd gesproken over het belang van vergelijkbaarheid, transparantie en opschaling, maar zonder bindende doelstellingen of verplichtingen. Daarmee werd de grondstoffentransitie wel erkend als essentieel, maar nog niet verankerd als harde voorwaarde voor internationaal klimaatbeleid.
Juist dat maakt dit deel van COP30 dubbelzinnig. De inhoudelijke richting is helder: meten, sturen en samenwerken in ketens zijn onmisbaar voor circulariteit en de grondstoffentransitie. Maar zolang deze inzichten niet worden vertaald naar concrete, afdwingbare afspraken, blijft de impact afhankelijk van de bereidheid van voorlopers en gaat de systeemverandering te langzaam.
Europese ambities: focus op klimaat, minder op grondstoffentransitie
Ook de Europese Unie positioneerde zich tijdens COP30 als voorvechter van ambitieus klimaatbeleid. De EU presenteerde aangescherpte doelstellingen richting 2035 en benadrukte het belang van marktmechanismen, klimaatfinanciering en natuurbehoud. Deze inzet is terug te vinden in de officiële communicatie van de
Raad van de Europese Unie.
Toch bleef de grondstoffentransitie in deze plannen onderbelicht. De focus lag vooral op energie en emissies, terwijl juist het gebruik van primaire grondstoffen een grote bijdrage levert aan CO₂-uitstoot, milieudruk en strategische afhankelijkheid. Zonder structurele aandacht voor materialen blijft het klimaatbeleid incompleet.
Wat er ontbreekt om de grondstoffentransitie te versnellen
Ondanks de aandacht voor circulariteit ontbraken tijdens COP30 harde afspraken die nodig zijn om de grondstoffentransitie echt te versnellen. Er zijn geen mondiale doelstellingen voor het terugdringen van primair grondstoffengebruik, geen bindende afspraken over afvalpreventie en geen verplichting voor bedrijven om hun materiaalimpact transparant te maken.
Zolang circulariteit een themadag blijft en geen structurele pijler van de COP, blijft de grondstoffentransitie kwetsbaar en traag. Dat is niet alleen een klimaatrisico, maar ook een economisch risico in een wereld van toenemende schaarste en geopolitieke spanningen.
Hoe we na COP30 de grondstoffentransitie wél doorpakken
De volgende stap in de grondstoffentransitie is geen nieuwe visie, maar uitvoering. Bedrijven moeten stoppen met pilots die niet opschalen en overstappen op structurele sturing op materiaalstromen. Zonder betrouwbare materiaaldata is er geen grip op grondstoffengebruik en geen basis voor strategische keuzes.
Daarnaast vraagt de grondstoffentransitie om ecosysteemdenken. Geen enkel bedrijf kan deze transitie alleen realiseren. Samenwerking in ketens, integratie van CO₂- en materiaalbeleid en het verplicht stellen van transitieplannen zijn essentieel om van intentie naar impact te komen.
Een COP die de grondstoffentransitie serieus neemt
Een COP die de grondstoffentransitie serieus neemt, maakt circulariteit een volwaardige pijler naast mitigatie en adaptatie. Dat vraagt om een internationaal circulair akkoord met bindende afspraken over grondstoffengebruik, hergebruik en afvalpreventie.
Wereldwijde normen voor materiaalpaspoorten en transparantie maken circulaire prestaties vergelijkbaar en zorgen voor een eerlijk speelveld. Materiële stabiliteit moet worden erkend als einddoel, met een internationaal commitment aan een regeneratieve economie. Alleen dan kan de COP uitgroeien tot een daadwerkelijk sturend mechanisme voor de grondstoffentransitie.
Van COP30 naar concrete actie
COP30 maakte duidelijk dat circulariteit niet langer genegeerd kan worden. Maar het maakte ook duidelijk dat vrijwilligheid alleen de grondstoffentransitie niet snel genoeg op gang brengt.
Bij Milgro geloven we dat afvalvrij en circulair werken in 2040 haalbaar is — mits de grondstoffentransitie nu structureel wordt aangepakt. Niet wachten op de volgende top, maar vandaag beginnen met meten, sturen en samenwerken.
De oproep is helder: zie COP30 niet als eindpunt, maar als startschot voor een versnelling van de grondstoffentransitie.
Op de hoogte blijven
Op de hoogte blijven van alle nieuwe ontwikkelingen? Volg ons op LinkedIn en Instagram of abonneer u op de nieuwsbrief. Bent u nieuwsgierig naar wat Milgro voor uw bedrijfsvoering en afvalproces kan betekenen? Neem dan contact op.






