De afvalstoffenbelasting stijgt van €39,71 per 1.000 kilo in 2025 naar €90,21 in 2028 en naar €113,81 per 1.000 kilo vanaf 2035. Dat is bijna een verdriedubbeling. Bedrijven die restafval laten ophalen en huishoudens die via de gemeente meebetalen aan afvalverwerking gaan dit de komende jaren direct in hun kosten terugzien.
Wat houdt de nieuwe afvalstoffenbelasting precies in?
De afvalstoffenbelasting is de belasting die afvalverbrandingsinstallaties betalen over het verbranden en storten van afval. In 2026 en 2027 blijft het tarief vrijwel gelijk aan de €39,71 van 2025, maar vanaf 2028 gaat het tarief naar €90,21 per 1.000 kilo en loopt het op naar €113,81 per 1.000 kilo vanaf 2035.
Daarnaast wordt storten met ontheffing vanaf 2029 flink duurder: €234,83 per 1.000 kilo, met verdere jaarlijkse verhogingen daarna. Storten met ontheffing betekent dat een bedrijf bij hoge uitzondering toestemming krijgt om afval in de grond te begraven. In Nederland geldt een streng stortverbod voor afval dat nog hergebruikt of gerecycled kan worden. Maar er zijn ook afvalstromen waar geen enkele verwerkingsmethode voor bestaat, zoals specifieke asbeststromen en onbrandbaar industrieel restafval. Alleen voor die specifieke afvalstromen geeft de overheid een tijdelijke vrijstelling (ontheffing) af om het toch te mogen storten. De tariefsverhoging is bedoeld om bedrijven te dwingen sneller te zoeken naar innovatieve manieren om dit restafval te recyclen om storten te voorkomen.
Ook de vrijstelling voor het verbranden van zuiveringsslib vervalt per 2027. Zuiveringsslib is het restproduct dat overblijft nadat waterschappen rioolwater hebben gezuiverd: het slib bevat vuil (stikstof, fosfaat en andere stoffen) dat uit het water is gehaald, en moet wettelijk verbrand worden. Tot nu toe was dit verbranden vrijgesteld van afvalstoffenbelasting, onder meer omdat het gaat om een onvermijdelijk bijproduct van een publieke taak (schoon oppervlaktewater) in plaats van te voorkomen bedrijfsafval. Met het vervallen van deze vrijstelling wil de overheid afvalverwerkers en waterschappen dwingen om sneller te investeren in duurzame alternatieven. Denk hierbij aan innovatieve technieken, zoals het terugwinnen van waardevolle grondstoffen (zoals fosfaat) voorafgaand of tijdens de verwerking. Onder meer de Unie van Waterschappen protesteerttegen deze maatregel, omdat de hogere kosten via de waterschapsbelasting uiteindelijk direct door de burger betaald zullen worden.
Waarom stijgt de afvalstoffenbelasting?
De overheid wil dat afvalverbrandingsinstallaties minder CO2 uitstoten en dwingt bedrijven en gemeenten om afval beter te scheiden, te recyclen of te voorkomen. Door verbranden en storten financieel onaantrekkelijk te maken, moet de overgang naar een circulaire economie versnellen.
Daarnaast heeft hetbudgettaire redenen.Het kabinet wilde oorspronkelijk een belasting invoeren op nieuw geproduceerd plastic. Omdat dit plan is geschrapt, ontstond er een tekort van 567 miljoen euro op de rijksbegroting. De verhoging van de afvalstoffenbelasting vangt dit financiële gat op. De reden van de schrapping van belasting op nieuw geproduceerd plastic? Het verslechteren van de concurrentiepositie van Nederlandse plasticproducenten, omdat omliggende Europese landen zo’n heffing niet kennen. Daarnaast waarschuwde de sector dat plasticproductie en afvalverwerking simpelweg naar het buitenland zouden verhuizen. Dit zou betekenen dat er in Nederland banen en investeringen verloren gaan.
Wat zijn de gevolgen en wie voelt dit het meest?
De hogere kosten worden grotendeels doorberekend in de keten, en dat raakt meerdere partijen op verschillende manieren.
Gemeenten en huishoudens voelen dit als grote groep het eerst. Afvalverbrandingsinstallaties berekenen hun hogere kosten door aan gemeenten, en gemeenten weer aan de afvalstoffenheffing van huishoudens. Hoeveel dat concreet betekent, verschilt per gemeente en hangt af van de hoeveelheid restafval per inwoner en bestaande contracten met verwerkers.
Bedrijven die restafval laten verwerken merken het rechtstreeks in hun facturen. Grote afvalverwerkers waarschuwen nu al voor stijgende verwerkingskosten vanaf 2028.
De Nederlandse afval- en recyclingsector staat mogelijk onder de grootste druk. Nederland kent al een van de hoogste belastingen op het verbranden en storten van Europa, terwijl Duitsland geen vergelijkbare heffing kent en de belasting in België veel lager ligt. De belasting is bedoeld om recycling te stimuleren, maar werkt in de praktijk deels averechts. Bij het recyclen van bijvoorbeeld plastic of papier blijft er altijd een onbruikbaar restant over dat tócht verbrand moet worden (de zogeheten recyclingresiduen). Omdat de verbranding van dit restant straks extra wordt belast,stijgen de totale kosten voor Nederlandse recyclingbedrijven.
Hoe kunnen huishoudens en bedrijven zich hierop voorbereiden?
Voor gemeenten en huishoudens draait het vooral om het verminderen van restafval. Beter scheiden van GFT, papier, glas en plastic verkleint de hoeveelheid afval die verbrand wordt, en daarmee de impact van de hogere belasting op de eigen afvalstoffenheffing.
Voor bedrijven is restafvalpreventie de belangrijkste manier. Hoe minder restafval overblijft, hoe minder
belasting je uiteindelijk via je verwerker betaalt. De eerste stap hierbij is beter scheiden. Veel waardevolle materialen verdwijnen nog onnodig in de restafvalbak. Met de juiste hulpmiddelen help je je team om slimmer
om te gaan met afval. Milgro ontwikkelde praktische hulpmiddelen die je direct kunt inzetten. Denk aan duidelijke scheidingsposters en een gids met tips per afvalstroom. Zo maak je afval scheiden zichtbaar, begrijpelijk én makkelijk.
Veelgestelde vragen over de afvalstoffenbelasting
Het is de belasting die afvalverbrandingsinstallaties betalen over het verbranden en storten van afval. Deze kosten worden grotendeels doorberekend aan gemeenten, bedrijven en uiteindelijk huishoudens.
In 2026 en 2027 blijft het tarief vrijwel gelijk aan 2025. Vanaf 2028 stijgt het naar €90,21 per 1.000 kilo, en vanaf 2035 structureel naar €113,81 per 1.000 kilo.
Omdat het kabinet een eerder aangekondigde polymerenheffing op plasticproducenten schrapte. Het budgettaire gat van €567 miljoen wordt nu grotendeels via de afvalstoffenbelasting en een aanscherping van de CO2-heffing gedekt.
Nee. De Tweede Kamer nam eind 2025 een motie aan om de kosten niet primair bij de afvalsector neer te leggen. Een werkgroep onderzoekt alternatieve maatregelen, dus het definitieve tarief en tijdpad kunnen nog wijzigen.
Door restafval te verminderen en beter te scheiden aan de bron. Gescheiden stromen die hergebruikt of gerecycled worden, vallen buiten deze belasting.
Op de hoogte blijven
Volg ons op LinkedIn. Hier delen we het laatste nieuws over regelgeving, circulaire thema's en ontwikkelingen uit de branche. Abonneer je daarnaast op de nieuwsbrief en beluister onze podcast Grondstof tot nadenken tijdens een wandeling of onderweg. Benieuwd wat Milgro voor jouw bedrijfsvoering en afvalproces kan betekenen? Neem dan contact op.









