🔥

Grondstoffen worden schaarser en duurder. Weet jij waar jouw organisatie kwetsbaar is en wat je eraan kunt doen?

Bekijk de Grondstoffenbarometer
Waarom stopt derogatie in 2026 en wat betekent dat?
Waarom stopt derogatie in 2026 en wat betekent dat?

Auteur

Maaike Lesuis
Content Marketer

Datum

21 juli 2026

Leestijd

7 minuten

Waarom stopt derogatie in 2026 en wat betekent dat?

Sinds 2026 mag geen enkel landbouwbedrijf in Nederland meer dan 170 kg stikstof uit dierlijke mest per hectare per jaar gebruiken. De uitzondering die dit tot en met 2025 wel mogelijk maakte, derogatie, is definitief gestopt. Bedrijven die er gebruik van maakten kunnen nu minder mest kwijt op eigen land en moeten dus meer afvoeren.

Wat is derogatie?

Derogatie is in 2006 ingevoerd door de Europese Commissie en is een aanvulling op de Nitraatrichtlijn. Deze Nitraatrichtlijn was bedoeld om waterverontreiniging door nitraat uit de landbouw te voorkomen en terug te dringen. Nitraat is een stikstofverbinding (NO3−) die vrijkomt bij de afbraak van mest: bacteriën in de bodem breken de organische stof in mest af, waarbij stikstof vrijkomt, onder andere in de vorm van nitraat. Dat is normaal gesproken precies de bedoeling, want gewassen hebben die stikstof nodig om te groeien. Zie het als plantenvoeding voor het gewas. Komt er meer stikstof vrij dan een gewas kan opnemen, dan spoelt het overschot uit naar bijvoorbeeld grondwater en oppervlaktewater zoals sloten, rivieren en meren. Wanneer de stikstof in het grondwater terechtkomt, vormt dat een risico voor drinkwater en zorgt het in sloten en rivieren voor overmatige algengroei, wat het waterleven verstoort. Om dit tegen te gaan is de Nitraatrichtlijn ingevoerd, die vaststelde dat er maximaal 170 kg stikstof uit dierlijke mest per hectare per jaar gebruikt mag worden, voor alle lidstaten.

Derogatie is aanvullend ingevoerd omdat deze standaardnorm van 170 kg niet goed aansloot bij het Nederlandse landbouwsysteem. Veel Nederlandse bedrijven, met name in de melkveehouderij, hebben een groot aandeel grasland. Gras groeit voor een langere periode dan bijvoorbeeld akkerbouwgewassen, waardoor het meer mest kan verwerken. Omdat gras over een langere periode stikstof opneemt, blijft er minder overschot over en spoelt er dus minder snel stikstof uit. Op basis daarvan kreeg Nederland van de Europese Commissie toestemming om, onder voorwaarden, meer stikstof uit dierlijke mest te gebruiken dan de standaard 170 kg. In de praktijk ging het om 190 tot 250 kg per hectare, afhankelijk van de grondsoort en ligging. Zonder deze uitzondering hadden bedrijven meer mest moeten afvoeren, verwerken of exporteren dan met derogatie het geval was.

Gras wat een langere periode aan stikstof opneemt

Wat waren de voordelen van derogatie?

Derogatie leverde Nederlandse bedrijven een aantal voordelen op. Hierbij gaat het voornamelijk om melkveehouderijbedrijven, vanwege de eerdergenoemde hoeveelheid gras wat stikstof beter opneemt dan akkerbouwgewassen. 

Bedrijven hoefden door derogatie minder mest af te voeren, wat resulteert in lagere kosten. Mest afvoeren is niet gratis. Een boer die zijn mestoverschot niet op eigen land kwijt kan, moet een afnemer vinden en betaalt daarvoor per ton of per kuub (1.000 liter).  Met derogatie kon een bedrijf meer mest op eigen land plaatsen, waardoor er simpelweg minder mest overbleef om af te voeren. Minder af te voeren mest betekent minder ton of kuub waarover je betaalt.

Daarnaast was er minder kunstmest nodig. Doordat bedrijven met derogatie meer dierlijke mest mochten gebruiken, was er minder aanvulling met kunstmest nodig om aan de totale stikstofbehoefte van het gewas te komen. Want zoals eerder vermeld, stikstof kun je vergelijken met plantenvoeding voor het gewas. Doordat er geen/minder kunstmest nodig was, scheelde dat in kosten. Kunstmest moet worden aangekocht en is de afgelopen juist een duurder geworden. Dat komt grotendeels door geopolitieke spanningen, hogere energieprijzen en nieuwe Europese klimaatregels.

Normaal gesproken is mest een product met waarde. Zo werkte het een aantal jaar geleden ook: akkerbouwers betaalden de veehouder voor mest. Ze kochten het in principe van de veehouders waar de mest vrijkwam. Vraag en aanbod waren op elkaar afgestemd. Door de afschaffing van derogatie is die balans verstoord. Veehouders mogen nu minder mest op hun eigen land plaatsen (170 kg stikstof per hectare, in plaats van tot 250 kg met derogatie), waardoor ze een groter overschot aan mest overhouden dat ergens naartoe moet. Aan de andere kant van de markt verandert er niets: akkerbouwers hebben nog steeds evenveel mest nodig als voorheen, hun gewassen kunnen niet opeens meer stikstof opnemen. Het aanbod van mest groeit dus, terwijl de vraag ernaar gelijk blijft.

Wanneer het aanbod groter is dan de vraag, verschuift de onderhandelingspositie naar de akkerbouwer. In plaats van dat de akkerbouwer betaalt om mest te ontvangen, moet de veehouder nu betalen om zijn overschot kwijt te raken. Precies dit voordeel leverde derogatie destijds op: doordat veehouders meer mest op eigen land mochten plaatsen, bleef hun overschot kleiner, bleef de markt beter in balans, en ontvingen zij geld van akkerbouwers voor hun mest in plaats van dat ze ervoor moesten betalen.

Waarom is derogatie afgeschaft?

De afschaffing van derogatie kwam niet plotseling. Vooraf was namelijk afgestemd dat de derogatiebeschikking zou gelden van 2022 tot en met 2025. De hoeveelheid stikstof die derogatiebedrijven mochten gebruiken, werd in die jaren stap voor stap afgebouwd. In 2024 mochten bedrijven nog 210 kg stikstof per hectare gebruiken of 230 kg, in 2025 was dit verlaagd naar 190 kg tot 200 kg. Vanaf 2026 verviel de derogatie volledig, en geldt voor alle bedrijven de Europese standaardnorm van 170 kg.

De Europese Commissie stond de uitzondering alleen toe zolang Nederland kon aantonen dat extra stikstofgebruik niet ten koste ging van schoon grond- en oppervlaktewater. In de praktijk bleef dewaterkwaliteit in delen van Nederland achter bij de gestelde doelen. De derogatie zou in 2026 al aflopen zoals eerder vastgesteld door de Europese Commissie, en is niet verlengd.

Wat betekent dit voor bedrijven?

Het wegvallen van derogatie raakt niet alleen melkveehouders zelf, maar heeft ook gevolgen verderop in de keten, bijvoorbeeld bij vergisters en de afzet van digestaat.

Mestmarkt onder druk: meer export van digestaat nodig

Mest kan direct als meststof worden gebruikt: een veehouder verspreid het op eigen land of voert het af naar een akkerbouwer, zonder dat daar een tussenstap voor nodig is. Vergisting is een aparte, optionele stap die een boer of gespecialiseerd bedrijf daar bovenop kan zetten, met als doel energie te winnen uit de mest. In een vergister breken bacteriën de organische stof in mest af, zonder zuurstof, waarbij biogas vrijkomt. Dat biogas kan worden omgezet in groen gas of in elektriciteit en warmte.

Wat er na dit proces overblijft, heet digestaat. Dat is dus niet dezelfde stof als de mest die de vergister inging, maar het restproduct ervan. De voedingsstoffen (stikstof, fosfaat, kalium) blijven grotendeels behouden en worden, net als bij ruwe mest, weer gebruikt als meststof op het land. Het verschil met ruwe mest is dat er onderweg ook energie uit is gewonnen.

Naast het vergisten van pure mest, is het ook mogelijk om mest te mengen met andere organische reststromen voordat het de vergister ingaat. Dat heet co-vergisting. Denk bijvoorbeeld aan reststromen uit de voedingsmiddelenindustrie die niet kunnen worden gebruikt voor consumptie. Zo kampte een klant in de Ijs die niet aan de kwaliteitsnormen voldeden en nu wordt ingezet voor co-vergisting voedingsindustrie met de afvalstroom van ijsjes die niet aan de kwaliteitsnormen voldeden. Milgro kwam met een oplossing: co-vergisting. De reststoffen moeten wel op een vastgestelde lijst staan (bijlage Aa van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet) om als co-vergistingmateriaal te mogen worden ingezet. Daarnaast geldt de is dat minimaal 50% van het vergiste materiaal moet dierlijke mest zijn,op basis van gewicht. Wordt hieraan voldaan, dan blijft het digestaat wettelijk gezien als dierlijk mest en gelden dezelfde regels voor gebruik vervoer en handel als bij pure mest. Zonder deze oplossing was deze reststroom als restafval verwerkt: een lagere trede op de R-ladder. Door de reststroom te co-vergisten in plaats van als restafval te laten verwerken, komen de voedingsstoffen terug op het land en wordt er energie uit gewonnen. 

Dat betekent dat er drie routes zijn die uiteindelijk bij dezelfde afzetmarkt uitkomen:

  • Mest gaat direct naar het land of naar een akkerbouwer.

  • Mest gaat eerst naar een vergister, waar biogas uit wordt gewonnen, en komt er als digestaat weer uit, dat vervolgens ook naar het land of naar een akkerbouwer gaat.

  • Mest wordt samen met toegestane reststoffen co-vergist, en komt er ook als digestaat weer uit, dat vervolgens naar het land of naar een akkerbouwer gaat.

Omdat digestaat in de kern nog steeds een meststof is, concurreert het met gewone mest om dezelfde afzetruimte bij akkerbouwers. Dit betekent dat het mestoverschot dat ontstaat door het wegvallen van derogatie, voor alle routes hetzelfde probleem oplevert: of het nu om ruwe mest of digestaat gaat, het moet allebei ergens naartoe, en dat wordt lastiger nu de derogatie is afgeschaft.

Door het wegvallen van derogatie is er in Nederland te weinig vraag naar mest in vergelijking met het aanbod. Daardoor wordt export steeds belangrijker. Het exportvolume van mest lag in 2025 al zo'n 25% hoger dan in 2024, en de verwachting is dat deze stroom in 2026 verder groeit, nu de derogatie volledig is weggevallen. Voor de vergister betekent dit: kan hij zijn digestaat niet voldoende op de Nederlandse markt kwijt, dan moet hij op zoek naar afzetmogelijkheden in het buitenland, bijvoorbeeld bij akkerbouwers in landen waar minder mestoverschot is. 

Wat kan het ISCC-certificaat betekenen in de export van digestaat

Voor de export naar het buitenland geldt vaak een harde eis: veel afnemers accepteren een grondstof alleen als deze duurzaam is en dat kan aantonen.Een ISCC-certificaat (International Sustainability and Carbon Certification) kan bedrijven hierbij helpen. Het toont aan dat een grondstof op een duurzame en traceerbare manier is geproduceerd: van waar het vandaan komt, tot hoe het is verwerkt, tot waar het naartoe gaat. Bedrijven in de hele keten (leverancier, verwerker, afnemer) moeten daarvoor meewerken en meetellen in de certificering.

ISCC-certificering is gelijkwaardig aan de NTA8080-certificering, waar Milgro onlangs voor gecertificeerd is. Met deze certificering bieden wij onze klanten aantoonbaar duurzame en volledig traceerbare biomassa-reststromen.

Wij helpen verwerkers bij het NTA8080-gecertificeerd afzetten van hun mest en digestaat, waardoor deze reststromen ook bruikbaar worden voor export naar het buitenland. Raakt de Nederlandse markt verzadigd, dan bieden wij dus alsnog een oplossing: je bent met de afzet niet alleen afhankelijk van Nederland.

Daarnaast helpen wij bij het begeleiden van een compliant oplossing, zonder te dalen op de R-ladder, zoals eerder genoemd bij het voorbeeld van een van onze klanten in de voedingsmiddelenindustrie. 

Wat is derogatie? +-

Derogatie is een aanvulling op de Europese Nitraatrichtlijn, in 2006 ingevoerd door de Europese Commissie. Het gaf Nederlandse bedrijven, vooral in de melkveehouderij, toestemming om meer dan de standaard 170 kg stikstof uit dierlijke mest per hectare per jaar te gebruiken, in de praktijk 190 tot 250 kg, afhankelijk van grondsoort en ligging.

Waarom stop derogatie in 2026? +-

De derogatiebeschikking gold van 2022 tot en met 2025, met een stapsgewijze afbouw van de toegestane hoeveelheid stikstof. De Europese Commissie stond de uitzondering alleen toe zolang Nederland kon aantonen dat het extra stikstofgebruik niet ten koste ging van schoon grond- en oppervlaktewater. Omdat de waterkwaliteit in delen van Nederland achterbleef bij de gestelde doelen, is de derogatie niet verlengd en geldt vanaf 2026 voor alle bedrijven de standaardnorm van 170 kg.

Wat is het verschil tussen mest en digestaat? +-

Mest kan direct als meststof worden gebruikt op het land. Digestaat is het restproduct van vergisting: mest (eventueel gemengd met andere reststoffen) wordt in een vergister zonder zuurstof afgebroken, waarbij biogas vrijkomt. De voedingsstoffen in de mest blijven grotendeels behouden in het digestaat, dat vervolgens weer als meststof wordt gebruikt.

Wat is co-vergisting? +-

Co-vergisting is het samen vergisten van mest met andere organische reststromen, zoals reststoffen uit de voedingsmiddelenindustrie die niet geschikt zijn voor consumptie. Deze reststoffen moeten op een vastgestelde lijst staan (bijlage Aa van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet) om als co-vergistingsmateriaal te mogen worden ingezet. Minimaal 50% van het vergiste materiaal moet dierlijke mest zijn, op basis van gewicht, wil het digestaat wettelijk als dierlijke mest blijven gelden.

Waarom wordt export van mest en digestaat belangrijker na het wegvallen van derogatie? +-

Door het wegvallen van derogatie mogen veehouders minder mest op eigen land plaatsen, waardoor hun overschot groeit terwijl de vraag vanuit akkerbouwers gelijk blijft. Omdat de Nederlandse markt dit overschot niet volledig kan opnemen, wordt export naar het buitenland steeds belangrijker voor zowel mest als digestaat.

Wat kan een NTA8080- of ISCC-certificaat betekenen bij de export van digestaat? +-

Voor de export naar het buitenland geldt vaak een harde eis: veel afnemers accepteren een grondstof alleen als deze aantoonbaar duurzaam is en dat kan aantonen.Een ISCC-certificaat (International Sustainability and Carbon Certification) kan bedrijven hierbij helpen. Het toont aan dat een grondstof op een duurzame en traceerbare manier is geproduceerd: van waar het vandaan komt, tot hoe het is verwerkt, tot waar het naartoe gaat. Bedrijven in de hele keten (leverancier, verwerker, afnemer) moeten daarvoor meewerken en meetellen in de certificering.

ISCC-certificering is gelijkwaardig aan de NTA8080-certificering, waar Milgro onlangs voor gecertificeerd is. Met deze certificering bieden wij onze klanten aantoonbaar duurzame en volledig traceerbare biomassa-reststromen.

Wij helpen verwerkers bij het NTA8080-gecertificeerd afzetten van hun mest en digestaat, waardoor deze reststromen ook bruikbaar worden voor export naar het buitenland. Raakt de Nederlandse markt verzadigd, dan bieden wij dus alsnog een oplossing: je bent met de afzet niet alleen afhankelijk van Nederland.

Daarnaast helpen wij bij het begeleiden van een compliant oplossing, zonder te dalen op de R-ladder, zoals eerder genoemd bij het voorbeeld van een van onze klanten in de voedingsmiddelenindustrie. 

 

milgro-opkantoor-medewerkersinkas-featured-image

Benieuwd wat NTA8080-certificering voor jouw reststromen kan betekenen?

Neem contact op met Milgro.

neem contact op

 

Op de hoogte blijven

Volg ons op LinkedIn. Hier delen we het laatste nieuws over regelgeving, circulaire thema's en ontwikkelingen uit de branche. Abonneer je daarnaast op de nieuwsbrief en beluister onze podcast Grondstof tot nadenken tijdens een wandeling of onderweg. Benieuwd wat Milgro voor jouw bedrijfsvoering en afvalproces kan betekenen? Neem dan contact op.