Wie een product op de markt brengt, zou ook verantwoordelijkheid moeten dragen voor wat er gebeurt als dat product afval wordt. Dat is in essentie het idee achter het UPV-stelsel. Jarenlang bleef die verantwoordelijkheid vaak verderop in de keten liggen: bij gemeenten, afvalverwerkers of uiteindelijk de samenleving. Met uitgebreide producentenverantwoordelijkheid moest dat anders.
Dat uitgangspunt is nog altijd logisch. Alleen wordt nu, juist in de uitvoering, zichtbaar hoe complex het systeem in werkelijkheid is. Meer productgroepen vallen onder UPV, de doelen worden scherper en de verwachtingen groeien. Daardoor komt ook de vraag nadrukkelijker op tafel: werkt het stelsel nog zoals het bedoeld is?
Wat is UPV?
UPV staat voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Internationaal wordt vaak gesproken over EPR: Extended Producer Responsibility. Het principe is dat producenten en importeurs verantwoordelijk zijn voor het afvalbeheer van producten die zij in Nederland op de markt brengen. Dat gaat om meer dan betalen alleen: vaak horen daar ook inzameling, verwerking, rapportage en informatievoorziening bij.
Het doel is om productketens circulairer te maken. In theorie ontstaat daardoor ook een prikkel om al eerder betere keuzes te maken, bijvoorbeeld in ontwerp, materiaalgebruik en recyclebaarheid. Juist daarin zit de kracht van UPV: het verbindt afvalbeheer aan de voorkant van de keten.
Voor veel organisaties verschijnt UPV niet als één helder dossier, maar als een verzameling verplichtingen. Denk aan meldingen bij Rijkswaterstaat, jaarlijkse verslaglegging, afvalbeheerbijdragen, producentenorganisaties en soms ook een algemeen verbindend verklaring (AVV). Producenten kunnen individueel verantwoordelijk zijn, maar vullen die verantwoordelijkheid vaak collectief in via een producentenorganisatie.
Daarmee is UPV niet alleen een juridisch of beleidsmatig onderwerp. Het raakt ook data, ketensamenwerking, kosten, operationele processen en in sommige gevallen zelfs productontwerp. Precies daarom wordt het onderwerp voor veel bedrijven pas echt urgent zodra handhaving, rapportage of publieke druk toeneemt.
Voor welke producten geldt het?
Nederland kent inmiddels een breed UPV-stelsel. Er zijn wettelijke UPV’s voor onder meer verpakkingen, auto’s, autobanden, draagbare batterijen, elektrische en elektronische apparatuur, textiel en vistuig. Daarnaast bestaan er vrijwillige UPV’s, bijvoorbeeld voor papier en karton, vlakglas en consumentenmatrassen, en financiële UPV’s voor bepaalde kunststofhoudende wegwerpproducten.
Dat brede bereik maakt het stelsel relevant, maar ook lastig. Want een UPV voor textiel werkt anders dan een UPV voor verpakkingen of elektronica. Elke keten kent andere materialen, andere verwerkingsroutes en andere knelpunten. Formeel is het één instrument, maar in de praktijk bestaat het uit heel verschillende systemen.
Waarom staat het stelsel onder druk?
De druk zit vooral in de kloof tussen ambitie en uitvoering. Oorspronkelijk werd UPV vaak ingezet om inzameling en recycling te organiseren en te financieren. Inmiddels ligt de lat hoger. Het instrument moet ook bijdragen aan preventie, reparatie, hergebruik en hoogwaardige circulariteit. En precies daar begint het te schuren.
De overheid erkent dat ook. In de doorontwikkeling van UPV wordt expliciet gekeken naar sterkere prikkels voor hogere circulaire strategieën, zoals hergebruik en reparatie, omdat het huidige stelsel daar nog niet altijd voldoende op stuurt.
Dat is geen theoretisch probleem. De ILT legde in 2024 lasten onder dwangsom op aan Verpact, omdat de wettelijke inzamelnorm van 90% voor plastic drankflessen niet werd gehaald. Bij Stichting OPEN werd in 2025 verscherpt toezicht ingesteld, omdat de inzamelnormen voor afgedankte elektrische en elektronische apparaten ruimschoots niet werden gehaald.
Waar het wringt:
- Producenten zijn verantwoordelijk voor afvalbeheer van producten die zij als eerste op de Nederlandse markt brengen.
- Het stelsel bestaat uit wettelijke, vrijwillige en financiële UPV’s.
- De overheid wil UPV sterker laten bijdragen aan hergebruik, reparatie en hoogwaardige verwerking.
- In de praktijk worden doelen niet in elke productgroep gehaald, wat leidt tot waarschuwingen, toezicht of handhaving.
Werkt het systeem nog wel?
Ja, maar niet vanzelf en niet overal even goed. UPV heeft iets fundamenteels veranderd: producenten staan niet langer buiten beeld zodra producten afval worden. Dat is een belangrijke stap in de richting van circulariteit.
Tegelijk is dat niet genoeg. Als een stelsel vooral goed is in het organiseren van afvalstromen, maar minder sterk stuurt op beter ontwerp, levensduurverlenging en hoogwaardige verwerking, dan blijft de circulaire belofte beperkt. De komende jaren zullen daarom niet alleen draaien om naleving, maar vooral om de vraag of UPV ook inhoudelijk slimmer en effectiever wordt ingericht.
UPV vraagt om meer dan naleving alleen
Wie wil sturen op producentenverantwoordelijkheid, heeft inzicht nodig in afvaldata, materiaalstromen en de manier waarop stromen zich door de keten bewegen. Pas dan ontstaat grip op verplichtingen, kosten en circulaire kansen. Milgro helpt organisaties om afval- en grondstofstromen inzichtelijk te maken en die inzichten te vertalen naar concrete keuzes in de praktijk.
Meer weten over wat UPV vraagt van de eigen organisatie? Bekijk hoe beter inzicht in afval- en grondstofdata helpt om gerichter te sturen.
Op de hoogte blijven
Op de hoogte blijven van alle nieuwe ontwikkelingen? Volg ons op LinkedIn of abonneer u op de nieuwsbrief. Bent u nieuwsgierig naar wat Milgro voor uw bedrijfsvoering en afvalproces kan betekenen? Neem dan contact op.





